Pasgeborenen

Pasgeboren

In 2004 is in Nederland het Gronings protocol over euthanasie bij pasgeborenen van 0-1 jaar opgesteld door artsen van het Gronings Universitair Medisch Centrum in samenwerking met het Openbaar Ministerie (OM). Het protocol bevat richtlijnen en criteria op basis waarvan artsen kunnen overgaan tot levensbeëindigend handelen bij pasgeborenen als er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden, zonder dat artsen hiervoor strafrechtelijk vervolgd worden. In juli 2005 is het protocol door de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde overgenomen.1

In het protocol worden drie groepen pasgeborenen onderscheiden:

1. De pasgeborene die op zeer korte termijn zeker zal overlijden, ondanks behandelingen. Deze groep wordt ook wel medisch kansloos genoemd. Binnen de wetenschap zijn er geen middelen om de pasgeborene in leven te houden. Als de pasgeborene overlijdt, wordt er daarom gesproken van een natuurlijke dood.

2. De pasgeborene die met maximale inzet van behandeling kans maakt in leven te blijven, maar met zeer slechte toekomstperspectieven. Het stoppen van de behandelingen heeft tot gevolg dat de pasgeborene zal overlijden. Bij deze groep is sprake van medisch zinloos handelen. Als de pasgeborene overlijdt, is sprake van een natuurlijke dood.

3. De pasgeborene blijft ook zonder intensieve behandeling in leven, maar gaat een leven van ernstig en uitzichtloos lijden tegemoet. Het lijden kan niet worden verminderd door pijnbestrijding of palliatieve zorg. Op deze groep pasgeborenen is de regeling over actieve levensbeëindiging van toepassing. 

Het protocol is een nauwkeurige handleiding voor het handelen van de arts. De arts dient te allen tijde de zorgvuldigheidseisen in acht te nemen. Belangrijke zorgvuldigheidseisen zijn onder andere dat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden, dat de ouders de diagnose begrijpen, dat de ouders beide toestemming geven voor levensbeëindigend handelen en dat er tenminste één onafhankelijke arts geraadpleegd wordt. Verder bevat het protocol een opsomming van alle informatie die bij een melding moet worden overlegd aan het OM.2

Het doel van het protocol is om artsen richtlijnen en procedures aan te reiken voor besluitvorming en eventuele uitvoering van euthanasie bij pasgeborenen, en om een grotere openheid van artsen over levensbeëindigend handelen bij pasgeborenen te bereiken. Het vermoeden bestond dat voor 2004 slechts de minderheid van het gevallen van levensbeëindiging bij pasgeborenen werd gemeld uit onzekerheid van de gevolgde procedures en angst voor strafvervolging.3

 

1. NVK, Zorgvuldigheidseisen rond actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen met een ernstige aandoening. Het Gronings protocol, Nederlandse Vereniging voor de Kindergeneeskunde, Utrecht 2005.

2. H.E.G.M. Hermans & M.A.J.M. Buijsen, Recht en gezondheidszorg, Amsterdam: Reed Business 2010, p.441-442.

3. NVK, Zorgvuldigheidseisen rond actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen met een ernstige aandoening. Het Gronings protocol, Nederlandse Vereniging voor de Kindergeneeskunde, Utrecht 2005.

Onderwerpen

REI project

This site is part of the REI project

Contact info

Erasmus School of Law
Burgemeester Oudlaan, Rotterdam
info@endofliferesearch.nl
Tel. 010- 4081547
Top