Psychiatrische patiënten

Psychiatrische patiënten

De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL) is op alle patiëntengroepen van toepassing, inclusief patiënten met een psychiatrische aandoening. Volgens de WTL moet er sprake zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden, voordat mag worden overgegaan tot actieve levensbeëndiging. In het zogenaamde "Chabot-arrest" heeft de Hoge Raad bepaald dat bij de beoordeling van het lijden niet de oorsprong van het lijden bepalend is, maar de ondraaglijkheid ervan. Dat betekent dat ook psychisch lijden kan worden gezien als uitzichtloos en ondraaglijk lijden in de zin van de WTL. Een ander belangrijk criterium uit de WTL is dat de patiënt wilsbekwaam moet zijn. Uit het Chabot-arrest bleek dat ook een patiënt met een psychiatrische aandoening wilsbekaam kan zijn, maar dat extra voorzichtheid geboden is om uit te sluiten dat de beslisvaardigheid door de psychiatrische ziekte is aangetast.1

Om het verzoek van de psychiatrische patiënt tot euthanasie of hulp bij zelfdoding zorgvuldig te kunnen beoordelen, dient de arts richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie op te volgen. Het verzoek om zelfdoding dient eerst als verzoek tot levenshulp te worden opgevat. Daarnaast moet het verzoek over een periode van een aantal maanden herhaaldelijk kenbaar gemaakt worden tegenover de arts en tegenover derden voordat het verzoek als duurzaam opgevat kan worden. Tenslotte wordt bij patiënten met een psychiatrische aandoening aanbevolen het oordeel niet één keer, maar twee keer te laten toetsen door een onafhankelijke arts, waarvan één keer door een psychiater.2

 

1. Hoge Raad 21 juni 1994, NJ 1994/656.

2. Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, Code of Practice, Den Haag 2016, p. 26. 

Onderwerpen

REI project

This site is part of the REI project

Contact info

Erasmus School of Law
Burgemeester Oudlaan, Rotterdam
info@endofliferesearch.nl
Tel. 010- 4081547
Top