Wilsverklaring

Wilsverklaring

 

Ingevolge artikel 7:488 BW dient de patiënt door de arts op duidelijke wijze ingelicht te worden over voorgenomen onderzoek, de voorgestelde behandeling en de ontwikkelingen betreffende het onderzoek, de behandeling en de gezondheidstoestand. Vervolgens behoort de arts op grond van artikel 7:450 BW toestemming aan de patiënt te vragen voor alle medische handelingen. Zonder toestemming van de patiënt mag de arts geen medische behandeling uitvoeren. De patiënt heeft het recht om een behandeling te weigeren, maar ook om een eerder gegeven toestemming in te trekken.1

Met de vergrijzing, de toenemende mogelijkheden om het leven te verlengen en de toenemende behoefte aan zelfbeschikking in de westerse wereld worden schriftelijke wilsverklaringen steeds belangrijker. Naarmate mensen ouder worden, wordt de kans groter dat de patiënt niet meer in staat is om mondeling toestemming te geven voor een behandeling, bijvoorbeeld in het geval van dementie. In dergelijke gevallen kan op basis van een eerder opgestelde schriftelijke wilsverklaring worden nagegaan welke behandelingen de patiënt wel of niet wil. Er wordt onderscheid gemaakt tussen negatieve en positieve wilsverklaringen.

In negatieve wilsverklaringen weigert de patiënt toestemming te geven voor bepaalde medische behandelingen. Zo kan er bijvoorbeeld worden verklaard dat de patiënt niet gereanimeerd wil worden bij een hartstilstand. Volgens artikel 7:450 lid 2 BW moeten negatieve wilsverklaringen, die zijn opgemaakt toen de patiënt wilsbekwaam was, door de hulpverlener, de gemachtigde en de vertegenwoordigers van de patiënt worden opgevolgd. De inhoud van de wilsverklaring behoort duidelijk te zijn, zodat hier bij de arts geen twijfel over bestaat. Daarnaast dient de wilsverklaring te zijn voorzien van de naam van de patiënt, de datum en de handtekening van de patiënt.

In een positieve wilsverklaring geeft de patiënt toestemming voor bepaalde medische behandelingen. Ook kan er sprake zijn van een verzoek tot een medische behandeling, bijvoorbeeld een verzoek tot euthanasie. In de zogenaamde euthanasieverklaring wordt aangegeven onder welke omstandigheden de patiënt euthanasie wenst. Het wordt aanbevolen dat de patiënt tijdens het opstellen van de euthanasieverklaring gesprekken voert met de arts, zodat de arts kan beoordelen of het verzoek van de patiënt weloverwogen en vrijwillig tot stand is gekomen. Daarnaast is het van belang dat de patiënt in de euthanasieverklaring een duidelijke omschrijving geeft van zijn interpretatie van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Een euthanasieverklaring is geen garantie voor euthanasie, er is immers geen recht op euthanasie. Wel kan de verklaring duidelijkheid scheppen over de wensen en verwachtingen van de patiënt, zodat de arts hier zoveel mogelijk rekening mee kan houden.2

 

1. H.J.J. Leenen e.a., Handboek Gezondheidsrecht, Den Haag: Boom Juridische Uitgevers 2014, p. 375.

2. Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, Code of Practice, Den Haag 2016, p. 23-24.

Onderwerpen

REI project

This site is part of the REI project

Contact info

Erasmus School of Law
Burgemeester Oudlaan, Rotterdam
info@endofliferesearch.nl
Tel. 010- 4081547
Top